Adoptieverlof

Wie werknemer is en een adoptiekind in zijn gezin opneemt, heeft recht op adoptieverlof gedurende een  aaneengesloten periode van:

  • maximum 6 weken wanneer het kind jonger is dan 3 jaar;
  • maximum 4 weken wanneer het kind 3 jaar of ouder is.

Dit verlof moet opgenomen worden voordat het kind 8 jaar wordt. De maximumduur wordt verdubbeld (tot maximum 12 of 8 weken) wanneer je kindje een handicap van ten minste 66% heeft, of een aandoening heeft waarbij ten minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag.

Het adoptieverlof moet aanvangen binnen 2 maanden volgend op de inschrijving van het kind in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar hij zijn verblijfplaats heeft. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de werknemer er niet voor kan kiezen om eerst 2 weken adoptieverlof te nemen en enkele maanden later nog eens 2 weken.
Dit houdt ook in dat de werknemer die er voor kiest om de maximale duur van het adoptieverlof niet volledig te benutten, het resterende niet-opgenomen deel verliest.
Het adoptieverlof moet in volledige weken worden opgenomen en bedraagt dus minstens één week. Het is niet mogelijk om bijvoorbeeld een periode van 2 weken en 3 dagen te nemen.
De werknemer die adoptieverlof wenst op te nemen, moet zijn werkgever hiervan één maand op voorhand verwittigen. Hij doet dit door middel van een aangetekend schrijven of door overhandiging van een afschrift, waarvan een duplicaat voor ontvangst wordt ondertekend door de werkgever. De kennisgeving bevat de begin- en einddatum van het adoptieverlof. Uiterlijk op het ogenblik waarop het adoptieverlof ingaat, bezorgt de werknemer documenten ter staving van de adoptie aan de werkgever. Het betreft documenten die aantonen dat:

  • het kind is ingeschreven als deel uitmakend van het gezin van de werknemer in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft;
  • m.b.t. het kind een adoptieprocedure werd gevoerd.

Tijdens het adoptieverlof heeft de werknemer recht op een uitkering betaald door het ziekenfonds. Het bedrag moet nog bij KB bepaald worden. Er wordt ook voorzien in de mogelijkheid om bij KB te bepalen dat een gedeelte van het adoptieverlof gedekt wordt door loon ten laste van de werkgever. Met deze bepaling wil men zorgen dat de huidige regeling, m.n. loonbehoud voor de eerste drie dagen van het adoptieverlof ten laste van de werkgever, gehandhaafd blijft.

Als werknemer kan je tijdens het adoptieverlof niet ontslagen worden tenzij om redenen die niets met het adoptieverlof te maken hebben. De werkgever moet bewijzen dat zulke redenen bestaan. De ontslagbescherming begint 2 maanden vóór de opname van het adoptieverlof en eindigt 1 maand na het einde ervan. De werkgever die toch overgaat tot ontslag zonder gewettigde reden moet aan de werknemer een forfaitaire vergoeding betalen gelijk aan het loon voor 3 maanden. De ontslagvergoeding kan gecumuleerd worden met een opzeggingsvergoeding. Zij kan echter niet gecumuleerd worden met andere beschermingsvergoedingen.